Toen we begonnen met Kindzorg Brabant ontstond het idee niet op papier, maar gewoon aan de keukentafel. Bij ouders van een cliënt waar Mijke toen als zzp’er werkte. Het gesprek ging al snel over de planning. Over gaten in de zorg, wisselende gezichten en het missen van stabiliteit. Niet omdat mensen hun werk niet goed deden, maar omdat het systeem erachter anders was ingericht. Daar ontstond bij ons het besef dat dit anders moest.
Werken in vaste gezinnen was voor ons geen mooie belofte, maar het uitgangspunt om te starten. In combinatie met wat voor ons nog steeds de kern is: samen. Goed overleg en het echt samen doen met het gezin. In de praktijk merken we elke dag waarom dat werkt. Als je vaker bij hetzelfde gezin komt, hoef je niet steeds opnieuw te zoeken hoe iets loopt. Je weet wat je kunt verwachten, welke handelingen er nodig zijn en hoe een kind reageert. Dat maakt dat je sneller kunt schakelen en echt kunt meedenken in de zorg.
Wat je daarnaast opbouwt, is misschien nog wel belangrijker. Je leert een kind kennen en ziet sneller wanneer iets anders gaat dan normaal, soms nog voordat het kind het zelf doorheeft. Tegelijk ontstaat er ook iets anders. Kinderen die vragen hoe jouw weekend was, of gewoon even een praatje maken. Een van onze collega’s verwoordde dat mooi: “Je bouwt echt iets op. Je komt niet meer als ‘de zorg’, maar als iemand die erbij hoort.”
Ook richting ouders verandert er veel. Waar het in het begin nog zoeken kan zijn, ontstaat er na verloop van tijd vertrouwen. Je weet wat je aan elkaar hebt, er is ruimte om te sparren en ouders durven de zorg ook echt over te dragen op het moment dat jij er bent. Of zoals een collega het zei: “Je merkt dat er rust komt. Ouders weten wat ze aan je hebben en kunnen het echt even loslaten.”
Voor onze verpleegkundigen maakt dat het werk niet alleen beter, maar ook leuker. Je komt niet steeds ergens binnen waar je opnieuw moet beginnen, maar op een plek waar je onderdeel bent van het geheel. Die herkenning bij een kind, de vaste grapjes, de routines die je samen opbouwt of dat moment dat je na een paar weken afwezigheid weer binnenkomt en een kind je met open armen tegemoet komt – dat zijn dingen die je niet organiseert met losse diensten.
Vanuit gezinnen horen we eigenlijk hetzelfde. De afgelopen jaren hebben we meerdere nieuwe cliënten mogen verwelkomen die juist op zoek waren naar die continuïteit. Minder wisselingen, meer vaste gezichten en iemand die het kind echt kent. Niet omdat andere zorg niet goed is, maar omdat dit voor hen beter past.
Voor ons blijft het uitgangspunt simpel. Als je elkaar kent, werk je beter samen. En als je beter samenwerkt, wordt de zorg beter.
Samen voor het gezin.